• De oude astronaut

    Er zat eens een oude astronaut langs de weg. Hij zat er wat verloren bij, helm onder zijn oksel, zwetend in de zon. Een man kwam voorbij en de astronaut accosteerde hem. Of hij hem de weg naar de maan niet kon wijzen? De man wist niet goed wat hij ermee moest, op zoek naar een verborgen camera zodat hij niet zo’n schuldgevoel zou hebben wanneer hij in lachen uit zou barsten. De astronaut fronste. Mensen tegenwoordig dromen niet genoeg meer. Zijn generatie had de grenzen verlegd tot ver in het heelal maar die grenzen waren zeer snel terug gekrompen. Onze horizon en onze geest was gekrompen. De jonge generatie was opgegroeid als een stel bange wezels, een heilige schrik aangepraat voor de grenzen van onze eigen planeet, de grenzen van onze menselijkheid, de grenzen van onze empathie. Niemand wou nog astronaut worden als ze jong zijn. Kinderen willen bankier worden zoals papa en hopen geld verdienen zonder ander doel in hun leven. Het leven is geen zero sum game. Mensen dromen niet genoeg meer. De man kon er wel wat in vinden maar voor hij de kans kreeg om dat in zoveel woorden te zeggen, kwam er een kleine bestelwagen aangesneld. De bestelwagen reed tot net voor de oude astronaut en twee mannen in witte overalls kwamen uit de deuren gerold. Of de astronaut hem niet had lastiggevallen? De man schudde heftig van nee. Hij vroeg enkel de weg naar de maan. Ja doet ie wel vaker, werd hem verzekerd. De astronaut werd zacht-handig de bestelwagen in gewerkt. Was ie dan ooit op de maan geweest? Oh nee. Nee nee. De astronaut was helemaal geen astronaut. Heel zijn leven bankier geweest maar kon het doelloze van het pensioen niet goed aan. Oh. Hoe triest. Ja, zeer triest allemaal. Nou fijne dag nog. Ja, u ook. En de bestelwagen stoof ervandoor.

    Ze waren zijn helm vergeten. Nu kan ie zeker nooit naar de maan.